Het wetsvoorstel wil Amerikaanse werknemers voorrang geven door het H-1B-visumprogramma om te gooien en de jaarlijkse Diversity Visa-loterij te schrappen
Amerikaanse wetgevers hebben een nieuw wetsvoorstel ingediend, de American Jobs First Act, dat het Diversity Visa Program wil afschaffen — beter bekend als de greencardloterij — en strengere regels wil invoeren voor visa op basis van werk.
Het voorstel richt zich op flinke hervormingen van de visumcategorieën H-1B en L-1, zodat buitenlandse arbeidskrachten de lonen of banen van werknemers in eigen land niet onder druk zetten.
Volgens Business Standard stelt het wetsvoorstel voor om het Amerikaanse immigratiesysteem volledig anders in te richten: weg van willekeurige selectie en richting een aanpak op basis van verdienste, die hoogopgeleide aanvragers bevoordeelt.
Die stap komt op een moment waarop de Amerikaanse inreisvoorwaarden sowieso scherper worden bekeken. Extra visumvragen die de autoriteiten onlangs invoerden, maakten het aanvraagproces voor veel reizigers al ingewikkelder.
Einde aan de greencardloterij
Een van de grootste wijzigingen in het wetsvoorstel is het volledig schrappen van het Diversity Visa Program. Dat programma geeft nu jaarlijks tot 55.000 greencards aan mensen uit landen waaruit weinig migratie naar de Verenigde Staten plaatsvindt.
Het Diversity Visa Program werd opgezet met de Immigration Act van 1990 om migratie uit ondervertegenwoordigde delen van de wereld te stimuleren. Het belangrijkste doel was de immigrantenbevolking in de VS diverser te maken, door een legale route te bieden aan mensen zonder sponsor uit de familie of van een werkgever, de connecties waar de meeste Amerikaanse immigratie van oudsher op draait.
Voorstanders van het nieuwe wetsvoorstel vinden echter dat het loterijsysteem niet meer past bij de huidige economische belangen van het land. Volgens hen moet het plaatsmaken voor systemen die specifieke vaardigheden en beroepskwalificaties voorrang geven boven willekeurige selectie.
Strengere eisen voor H-1B- en L-1-visa
De American Jobs First Act richt zich ook op het H-1B-visumprogramma, dat de techsector vaak gebruikt om gespecialiseerd buitenlands talent aan te nemen. Het voorstel wil een verplicht minimumloon voor H-1B-visumhouders, vastgesteld op $110.000 of het bedrag dat een Amerikaanse werknemer in dezelfde functie krijgt, waarbij het hoogste bedrag telt.
Zo moet worden voorkomen dat bedrijven het programma gebruiken om goedkopere arbeidskrachten uit het buitenland te halen.
Daarnaast wil het wetsvoorstel de regels rond “nondisplacement” aanscherpen. Werkgevers moeten dan aantonen dat ze geen Amerikaanse werknemer hebben ontslagen of zullen ontslaan om hem door een visumhouder te vervangen.
Ook voor het L-1-visumprogramma, dat voor overplaatsingen binnen een bedrijf wordt gebruikt, komen vergelijkbare beperkingen, zodat het niet wordt gebruikt om de normale wervingsregels te omzeilen.
Het wetsvoorstel heeft nog een lang traject te gaan voordat het wet kan worden, maar de indiening wijst op een mogelijke verschuiving naar strenger Amerikaans immigratiebeleid op basis van verdienste.




